Verslag inspiratiebijeenkomst over maatschappelijke voedselbossen

Introductie en welkom

De bijeenkomst van de Gelderse Natuurmarkers over ‘Maatschappelijke Voedselbossen’ vond plaats op 8 september 2021, een bijzonder mooie dag waarop de zon volop scheen en de deelnemers op het prachtige Landgoed Grootstal werden ontvangen. Kien van Hövell is de derde generatie die dit landgoed beheert. Onder haar supervisie heeft het landgoed zich ontpopt tot een ware oase voor duurzame initiatieven zoals de zelfplukmoestuin Het Heerlijke Land, de transitiewinkel Het Grootstalletje, de regeneratieve boerderij Bodemzicht en het voedselbos De Heerlijke Boomgaard in aanplant. Te midden van dat alles staat het LangoedLAB waar 2 keer 35 deelnemers in een ochtendsessie en een middagsessie werden ontvangen met een interessant programma van sprekers en workshops.

Het welkomstwoord was van dagvoorzitter Jeroen Kruit, onderzoeker bij Wageningen Environmental Research en één van de initiatiefnemers van de Onderzoeksagenda Voedselbossen vanuit de Green Deal Voedselbossen. Sinds 2016 is Jeroen gegrepen door het concept voedselbossen en heeft hij de ontwikkelingen rondom voedselbosbouw op nauwe voet gevolgd. Een belangrijke mijlpaal in zijn werk voor de Green Deal is dat voedselbossen sinds 2019 de gewascode 1940 is toegekend. Hierdoor kunnen voedselbosboeren onder andere in aanmerking komen voor reguliere landbouwsubsidies. In zijn onderzoek houdt Jeroen zich voornamelijk bezig met de ‘harde’ waarden; het meten van fysieke eigenschappen, zoals de mate van biodiversiteit, de voedingswaarde en de ecosysteemdiensten die voedselbossen kunnen leveren. Maar hij ziet ook dat voedselbossen veel impact hebben op onze sociale leefomgeving. Vandaar dat de bijeenkomst op deze dag de nadruk legt op de ‘zachte’ waarden van maatschappelijke voedselbossen.

Sprekers in de ochtend en de middag

Spreker in de ochtend was Kees van Veluw, docent permacultuur en organische productiesystemen bij de WUR. Samen met studenten bouwt hij aan Voedselbos Droevendaal door de ecologische structuren van een oude boomgaard te herstellen. Op maatschappelijk vlak beschouwt Kees voedselbossen als een uitstekend middel om te verbinden, en dan niet alleen het verbinden van mensen onderling, ook om verbindingen in onszelf te hervinden: met name de verbindingen tussen hoofd, hart en handen (je voeten weten vervolgens vanzelf wel waar ze naartoe moeten). Hoe een voedselbos dat doet begint volgens hem bij verwondering. Als illustratie geeft Kees enkele voorbeelden van wonderbaarlijke ontdekkingen die studenten bij hem in het voedselbos hebben gedaan. Zo stuitte één van zijn studenten op een bijzondere pop, gemaakt van sleedoornbladeren en verborgen in de stengel van de Kleine berenklauw. Een andere student zag hoe een libelle tijdens de paringsdans eitjes legde in het water. En als laatste telde een geduldige student dat er maar liefst 149 insecten een bezoek brachten aan het Sint Jacobskruiskruid. Volgens berekeningen van deze student, zouden er als alle andere soorten beplanting in het voedselbos vergelijkbare relaties zouden onderhouden met insecten zo’n 28.350 synergiën in het kleine, nog jonge voedselbos bestaan. Zo’n getal is voor de meeste mensen niet voor te stellen, en precies dat feit is ook zeer sprekend voor de vele sociale opgaves die ons te wachten staan. Net zoals een ecosysteem, bestaat ook ons sociale systeem uit precaire verbindingen en relaties. De uitdaging is om dergelijke complexiteiten als holistisch geheel te aanschouwen, dus juist de nadruk te leggen op onderlinge relaties en ‘koppelkansen’, en af te stappen van onze conventionele, sectorale blik. Hoe we dat kunnen doen begint volgens Kees van Veluw bij een goed observatievermogen, gevolgd door verwondering. De presentatie van Kees van Veluw is hier terug te zien.

Spreker in de middag was Kien van Hovell, eigenaresse van Landgoed Grootstal. Met zichtbare passie vertelde Kien hoe de stadsgrens van Nijmegen over drie generaties heen tegen het landgoed is komen te liggen en hoe dat nieuwe, complexe uitdagingen met zich meebrengt, maar ook nieuwe kansen. De weerstand die boeren om haar heen in de loop der tijd voelden, is ook nu actueel. Kien kan daar begrip voor opbrengen maar is ook van mening dat je als boer flexibel mag zijn: “we hebben niet de ruimte, noch het geld en de tijd om opgaven los van elkaar te adresseren”.
Enkele jaren geleden heeft Kien daarom besloten het roer volledig om te gooien. In plaats van een belangenstrijd aan te gaan, heeft zij er voor gekozen om een dialoog te starten en naar synergiën opzoek te gaan, met als uitgangspunt: een nieuwe relatie tussen stad & ommeland. Inmiddels heeft het landgoed zich ontpopt tot een ‘verweven landschap van diversiteiten’ en dient het als proeftuin voor jonge, groene ondernemers. Voorbeelden die we om ons heen kunnen zien zijn een zelfplukmoestuin, een transitiewinkel, een regeneratieve boerderij en een voedselbos in aanplant. Het verzamelen van een veelvoud van ondernemingen is een bewuste keuze geweest, uit ervaringen weet Kien namelijk: hoe groter de diversiteit is, hoe groter ook de oplossingsruimte. Dat geldt zowel in een ecosysteem als in een sociaal-maatschappelijk systeem. Dat het landgoed een grote maatschappelijk bijdrage levert is onder andere terug te zien in een MEAX-berekening; een beurs die maatschappelijke waarde economisch uitdrukt. Het bedrag wat de MEAX-berekening aantoont is nog niet te vinden op de rekening van Landgoed Grootstal, maar betaalt zich wel al dubbel en dwars uit in de mate van zingeving en geluk van iedereen die er onderdeel van is. De presentatie van Kien is hier terug te zien.

Workshops in de ochtend en de middag

Leren van de Waalgaard en Heerlijke Bosgaard

Deze workshop werd zowel in de ochtend als in de middag verzorgd door Frank de Gram van Coöperatie ARBRES, die mede-initiatiefnemer is van De Waalgaard en sinds kort ook van de Heerlijke Bosgaard. In deze workshop namen we een kijkje in het voedselbos de Heerlijke Bosgaard dat momenteel wordt aangelegd op Landgoed Grootstal. Al wandelend vertelde Frank over de projecten de Waalgaard en Heerlijke Bosgaard. De Waalgaard is een perenboomgaard in Lent die wordt beheerd volgens permacultuur principes. Iedereen is welkom om deel te nemen aan dit voorbeeld van Community Supported Agriculture (CSA) ofwel gemeenschapslandbouw. De actieve betrokkenheid van mensen kan via een abonnement als oogstgenoot, lidmaatschap van de coöperatie, een leer- of werkplek, en nog meer. De Heerlijke Bosgaard wordt aangelegd als een voedselbossysteem met een ontwerp van 3 golven bestaande uit vaste segmenten waaruit opeenvolgend kan worden geoogst. Ook vertelde Frank over hoe ze in beide projecten arbeidsmatige dagbesteding in hun bedrijfsvoering inpassen. Een aantal mensen werkt bijvoorbeeld via het UWV mee met de activiteiten in de voedselbossen en worden begeleid bij hun re-integratie op de arbeidsmarkt.

Leren van de Nieuwe Erven

Een ander inspirerend voorbeeld van een maatschappelijk voedselbos kwam in de ochtend in een workshop aan bod die werd gegeven door Chantal van Genderen en Chris Frencken (bewoners) en Sander Bosman (gemeente Brummen). Voedselbos Nieuwe Erven is gelegen in de openbare ruimte van nieuwbouwwijk de Elzenbos in Brummen. Het voedselbos-park is 3 hectare groot en bijna 3 jaar oud. Vanuit een vernieuwende visie op participatie schepte de gemeente de kaders. De ideeën van bewoners werden vanuit een gelijkwaardige samenwerking met de gemeente ontworpen, uitgevoerd en beheerd. Sinds de start is er veel aandacht van andere initiatiefnemers, ambtenaren en bestuurders op zoek naar inspiratie. In deze workshop gingen Chantal, Chris en Sander in op vragen als welke rol de gemeente kan nemen, hoe betrokkenen zich hebben georganiseerd, en welke kaders in de praktijk van belang zijn gebleken. Maar ze vertelden ook over het effect van het project op de gemeenschap en hoe er goodwill en eigenaarschap wordt opgebouwd bij buurtbewoners. Zie hier voor de presentatie.

Leren van de Parkse Gaard

Voedselbos De Parkse Gaard, aangeplant in 2016, maakt onderdeel uit van het recreatieve landschapspark Park Lingezegen. In deze middagworkshop vertelde Margreet Jellema eerst over het voedselbos zelf. Het voedselbos is gebaseerd op vrijwilligerswerk en heeft o.a. educatie als belangrijk doel. Daarna ging Erwin Vrieze in op de diverse dilemma’s waar ze als jong voedselbos binnen de gegeven context tegenaan lopen. Zoals wrijving van verwachtingen en belangen van diverse partijen: zij als beheerders met permacultuur-uitgangspunten, burgers met ‘netheids-principes’, de grondeigenaar c.q. parkbeheerder die publiek wil trekken en boeren met afwachtende scepsis. Voorbeelden van uitdagingen die de Parkse Gaard in de dagelijkse praktijk tegenkomen zijn: 1) de lange termijn ontwikkeling van een voedselbos vs de korte termijn doelstellingen van de parkorganisatie; 2) het voorkomen van verstoring vs de verwachtingen van het publiek; 3) voedselbosontwikkeling vs de ideeën, wensen en belangen van partijen in de directe omgeving en 4) hoe communiceer je de ontwikkeling van de biodiversiteit in het voedselbos overtuigend naar andere partijen? Zie hier voor de presentatie.

Rondleiding op de regeneratieve demonstratieboerderij Bodemzicht

Ricardo Cano Mateo, klimaatboer van Bodemzicht begon de rondleiding met zijn persoonlijke levensverhaal. Hij vertelde hoe alles begon met zijn liefde voor salamanders. En hoe hij vervolgens als bioloog op de universiteit in Spanje er tegenaan liep dat hij leerde in categorieën te denken en niet in relaties. Hij vindt dat er een negatief beeld bestaat over human-nature interaction. Dat bracht hem op een avontuur in de jungle, waarin hij enige tijd geheel zelfstandig heeft geprobeerd te overleven. De ervaring in de jungle, het overleven onder op enkele momenten toch wel barre omstandigheden, maakte dat hij het denken in relaties echt heeft geïnternaliseerd. Daar is ook zijn liefde voor regenerative farming ontstaan. Een andere liefde, nl. voor zijn partner Anne, bracht hem naar Nederland. 3 Jaar geleden zijn ze daar gestart met Bodemzicht. Bodemzicht is nu een leerplek, een demonstratieboerderij, maar ook een productieboerderij met sociale impact. Het is een ‘no-dig garden’ waarin veel gebruik wordt gemaakt van compost en er paden zijn van houtsnippers. Het idee is dat er altijd sprake moet zijn van 3 “wins”: ecologisch, economisch en sociaal. Hij gaat in op het ontwerp van een tuin en ook op het onderhoud, waarin schoffelen uit den boze is. Daarnaast werken ze met kipmobielen en door holistische begrazing bouwen ze met de kippen een levende bodem en vangen ze actief CO2 af. Waar Anne komt uit de wereld van cultuur en Ricardo uit de wereld van natuur, komen hun werelden nu samen in wat zij noemen hun “interactive museum of human-nature relations in the antropocene”.

Hoe ontwerp je een voedselbos?

De ontwerp-workshop in de ochtend werd gegeven door Marieke Karssen (The Plant). In de koele boven-ruimte van het LandgoedLAB staat met grote letters ‘met niets doen een steeds rijkere oogst’ op het projectiescherm. Voor het scherm staat Marieke Karssen: dochter van een bioloog, webdeveloper van het eerste uur en tegenwoordig oprichtster en mede-oprichtster van diverse online ondernemingen die onder meer de kennisdeling over voedselbossen en andere groene initiatieven ondersteunen. Om Marieke heen zitten in de ruimte, op anderhalve meter van elkaar, een tiental deelnemers van de workshop. Enkele van hen zijn beleidsmedewerkers, zij zijn onder andere benieuwd welke inpassing voedselbossen kunnen hebben in de nieuwe omgevingswet, andere deelnemers zijn vooral mensen die zelf graag een voedselbos willen beginnen. Met verve begint Marieke als eerste te vertellen over de ecologische opbouw van een bossysteem. In Europa is slechts nog één oerbos te vinden: het woud van Biolowieza in Polen. Alle andere bosstructuren zijn ooit door mensen aangeplant en behoren dus tot ons ‘cultuurlandschap’. In Nederland zijn nagenoeg alle bossen aangeplant voor houtproductie. Nederlandse bossen zijn daarom vooral efficiënt voor de mens, en in vergelijking met een oerbos zeer schraal in soortendiversiteit. Dat maakt deze bossen ook kwetsbaar voor veranderende omstandigheden zoals hevige piekbuien of langdurige droogte. Een voedselbos daarentegen, waarin hetzelfde, robuuste ‘oer’ bossysteem wordt nagebootst, maar dan met producerende soorten, is veel weerbaarder. Hoe kan dat? Een volgroeid voedselbos bestaat uit negen op elkaar afgestemde lagen. Elke laag heeft een functie waar een andere laag zijn voordeel mee doet: beschermen tegen de wind, verschaffen van luwte en schaduw, het vasthouden van water door diepe wortelstructuren, enzovoort. Het opbouwen van dit ecosysteem duurt echter een tijd, ten minste 6 jaar voordat het ook een producerend bos is, en de praktijk leert dat mensen het vaak moeilijk vinden om in de tussentijd niet in te springen in het proces. De grootste valkuil bij het ontwerpen van een voedselbos is dan ook dat mensen te snel en te veel iets willen. Enkele praktische tips voordat je een voedselbos gaat ontwerpen zijn terug te lezen in de presentatie. Voor meer informatie over beplanting lees: www.pfaf.org. Zie ook de PHC film ‘Soil is a living organism’.

Hoe ontwerp ik mijn voedselbos?

De workshop in de middag over hoe je een voedselbos kunt ontwerpen werd geopend door Jiska van Vliet, medewerker van Natuur en Milieu Gelderland. Jiska is blij om te zien dat voedselbossen de afgelopen tijd een enorme sprong in populariteit hebben genomen. Om daar nog een handje bij te helpen biedt Natuur en Milieu Gelderland een uitgebreide, meerdaagse voedselbos ontwerpcursus aan. Meer informatie over de inschrijving en de inhoud van deze cursus is te lezen op: https://www.natuurenmilieugelderland.nl/projecten/cursus-voedselbos-ontwerpen

Daarna werd het woord overgenomen door Malika Cieremans van CircleEcology voedselbossen en eetbaar groen. Malika is al vanaf de jaren negentig bezig met voedselbosontwerpen en is één van pioniers die het voedselbossysteem in Nederland op de kaart heeft helpen zetten. Malika vertelt hoe de deelnemers van de workshop aan de slag kunnen met het ontwerpen van hun voedselbos aan de hand van een handige routekaart:

  1. Intentie: als eerst is het handig om op te schrijven wat je precies wil met je voedselbos. Dit kan heel uitgebreid, maar ook simpel in een stuk of 10 kernzinnen.
  2. Inventarisatie: dan is het belangrijk om te onderzoeken wat het startpunt van je voedselbos is. Wat is bijvoorbeeld de grondsoort? En hoe staat de wind?
  3. Bouwstenen: Hier gaat het om de elementen die in een voedselbos aanwezig zijn. Welke patronen kunnen er voor zorgen dat er een optimale synergie ontstaat?
  4. Creatiemoment: Dan is het tijd om je voedselbos uit te tekenen. Daarbij kan je je creativiteit loslaten met bijvoorbeeld patronen. Alle ‘zones’ moeten wel op elkaar afgestemd zijn.
  5. Kijk en vergelijk: Neem ook een kijkje bij andere initiatieven in de buurt. Wat staat daar, en hoe hebben zij het ingedeeld?
  6. Check met je plek en met je mensen. Controleer altijd het bestemmingsplan van je perceel. Soms zijn er bijvoorbeeld verplichtingen om een archeologisch onderzoek te laten doen. Doe je dit niet, dan kan dit later vergaande consequenties hebben. Maar check ook met je mensen: kunnen de buren bijvoorbeeld ergens ‘last’ van krijgen? Het is altijd verstandig alle mogelijkheden met elkaar door te spreken om weerstanden te voorkomen.
  7. Doen! Heb je alle punten afgevinkt? Dan ben je waarschijnlijk klaar om te beginnen. Geniet van je voedselbos!

Zie hier de presentatie van Malika Cieremans.

Hoe ontwikkel je een verdienmodel voor je voedselbos?

In de tweede workshop die Marieke Karssen van The Plant in de ochtend gaf, stond het verdienmodel van voedselbossen centraal. Omdat voedselbossen pas in de beginfase van ontwikkeling zijn in Nederland, is het nog moeilijk om met zekerheid te kunnen vaststellen wat de exacte marges voor productie en opbrengsten van voedselbossen zijn, maar toch zijn er volgens Marieke ten minste vier prominente verdienmodellen te onderscheiden. Alle modellen zijn gebaseerd op lange termijn voorspellingen waardoor de niet of weinig producerende fase na het aanplanten van een voedselbos overbrugd kan worden. De eerste is het verdienmodel van volumeproductie: hier is het verdienmodel met name gestoeld op een lange, constante toename van productie doordat het voedselbos zich lange tijd zal blijven ontwikkelen. Hierbij moet het voedselbos wel een aanzienlijke omvang hebben om aan voldoende vraag te kunnen voldoen. Het tweede model is dat van de gastronomie: hierbij werkt de voedselbosboer onder contract bij een restaurant. Het derde model is dat van biodiversiteit. Dit voedselbos heeft een lage economische winstmarge, maar een hoge ecologische waarde, waardoor het vooral geschikt is voor kleinschalige initiatieven van mensen die naast hun voedselbos ook andere inkomsten hebben. Het laatste verdienmodel is dat van de beleving. In dit model is het voedselbos zo ingericht dat mensen er ook in kunnen recreëren. Dit model vraagt wel om een hogere inzet van de eigenaar doordat het meer onderhoud en supervisie vraagt. Nadat Marieke nog enkele specifieke elementen van de verdienmollen verder heeft toelicht, wordt de workshop afgesloten met de conclusie dat voedselbossen zowel een netwerk zijn als hebben. Dat wil zeggen dat het verdienmodel van een voedselbos hoe dan ook een actieve inzet van de eigenaar vraagt in het zoeken naar een persoonlijke afzetmarkt. Meer informatie is te lezen in de presentatie.

Hoe financier je je voedselbos?

Voor de middagworkshop ‘hoe financier je je voedselbos?’ zaten de deelnemers in een kring, en in plaats van zijn verhaal te vertellen, wilde Jeroen Plesman (het commerciële brein achter de regeneratieve boerderij Schevichoven) de verhalen van de deelnemers horen zodat hij hun vragen gericht kon beantwoorden. De meeste deelnemers hadden vooral interesse in de opbouw van zijn financiële plan; welke stappen heeft hij ondernomen? En hoe ziet zijn ‘spreadsheet’ er uit?
De totale begroting voor Schevichoven bedraagt ongeveer 4,5 miljoen. Dat bedrag wordt grotendeels via crowdfunding opgehaald. Waardevolle tips bij het opstarten van een crowdfundcampagne zijn: vraag of een bank jouw campagne wil uitlichten bij hun investeerders netwerk, maak een filmpje met uitleg over je bedrijfsmodel en zorg dat er van te voren al afspraken gemaakt zijn met afnemers om zo snel mogelijk een cashflow te kunnen genereren. De cashflow van Schevichoven zal voornamelijk bestaan uit het verkopen van voedselbospakketten. Daarnaast verdient het bos zichzelf terug met CO2-opslag en als standplaats voor educatieve initiatieven gericht op boeren die ook een deel van hun bedrijf willen omzetten tot commercieel voedselbos. Het uitgebreide verhaal over Schevichoven is terug te lezen in deze brochure.

Communiceren over je voedselbos

In de ochtend en in de middag was er een workshop over hoe je kunt communiceren over je voedselbos. Ingeborg van der Oord, sociaal psycholoog en partner in Wark House, nam de deelnemers mee in de verschillende lagen waarop je kunt communiceren over een voedselbos. In tweetallen gingen deelnemers aan de slag met een elevator pitch waarin zij de kern van hun betrokkenheid en visie op hun voedselbos toegankelijk gingen maken voor anderen. Via vragen die ingingen op verschillende invalshoeken, zoals bijvoorbeeld  ‘omgeving’, ‘gedrag’, ‘capaciteiten’, ‘waarden’, ‘identiteit’ en tot slot ‘betrokkenheid’ werd de vragenlijst ingevuld. Vervolgens werd het verhaal van het specifieke voedselbos van achter naar voor voorgelezen door de andere deelnemer, zodat de betrokkene bij het voedselbos in een mooi sluitend en gelaagd verhaal gespiegeld kreeg waar de betrokkene bij het voedselbos voor staat. Ook andersoortige Gelderse groene initiatieven kwamen aan bod, zoals bijvoorbeeld de Agrarische Natuurvereniging Lingestreek waarin het via organisatiekracht verbinden van boer en burgers centraal staat. Of Landgoed Grootstal waarin het pionieren met nieuwe vormen van landbouw staat. Mooi om te merken dat meerdere initiatiefnemers het verhaal op hun telefoon opnamen voor mogelijk toekomstig gebruik. Ook vormden de pitches aanleiding tot uitgebreidere gesprekken, bijvoorbeeld over de toch soms moeizame relatie met gemeenten die verschillende initiatieven ervaren. Verhalen werden aangehoord en tips uitgewisseld.

Discussie en afsluiting

Tijdens het plenaire deel in de ochtend en in de middag bracht voorzitter Jeroen Kruit samen met Rene Reumer van Wark House drie stellingen naar voren:

  1. ‘Als je nu begint met je voedselbos dan heb je over 10 jaar productie’.
  2. ‘Vanaf dag één levert het voedselbos maatschappelijke waarde’.
  3. ‘Er is een verbinding te maken tussen de maatschappelijke waarde en de economische waarde van een voedselbos’.

Na de workshoprondes kwamen de deelnemers nog één keer bij elkaar voor een plenaire afsluiting. Daarin werden de stellingen die aan het begin van het programma aan bod waren gekomen nog een keer besproken. Het merendeel van de deelnemers was het eens met de stelling dat voedselbossen na 10 jaar productie hebben. Anderen waren juist van mening dat je al veel eerder productie hebt, bij wijze van spreken al vanaf dag 1, zoals zingeving en sociale interactie en verbinding. Daarmee kwam aan de orde wat precies met ‘productie’ bedoeld wordt. Dat hoeft dus niet perse alleen maar economische productie te zijn. Conclusie is dat voedselbossen meervoudige waarden genereren. Dat wil zeggen dat waarde meerdere invullingen kent, waarbij voedselbossen in veel van die verschillende soorten waarden kunnen voldoen. Voorbeelden zijn het bieden van dagbesteding en kansen voor mensen om weer aan het werk te gaan. Dit raakt aan de tweede stelling. De meeste deelnemers zijn het erover eens dat voedselbossen meerdere waarden creëren, en dat deze waarden al vanaf dag 1 kunnen worden ‘geproduceerd’; bijvoorbeeld sociale cohesie en het gevoel van verbinding en zingeving. Ook in stelling 3 kunnen de meeste deelnemers zich vinden. Of het nou om waarden gaat die inspelen op grote vraagstukken zoals klimaatverandering, of waarden als het opbouwen van sociale relaties met afnemers van producten of het bieden van re-integratie mogelijkheden aan mensen die weer aan het werk willen, voedselbossen voegen zeker waarden toe aan de maatschappij die ook economisch zijn te vertalen. En hoewel het van belang is om harde valuta te kunnen koppelen aan de meer zachte maatschappelijke waarden (bv om het verdienmodel concreet te krijgen, of om bepaalde externe partijen mee te krijgen), laten we niet vergeten dat waarden als zingeving, verbinding en verwondering ook op zichzelf (mogen) staan!

Na de afsluiting konden de deelnemers aan het einde van de ochtend genieten van een heerlijke knapzak met lunch, en in de middag van een borrel verzorgd door Landgoed Grootstal.

Delen? Graag!